introductieSteden vol RuimtetarratelescoopBlokken Bibliotheek Bestellen







Een stad moet bruisen: vol mensen, functies en bewegingen. Om ondanks die dichtheid en volte niet te benauwen, beschikt een stad ook over grootse open ruimtes. Dichte stukken stedelijk weefsel bieden een complete film aan indrukken. Als een deel van zo’n gecondenseerd stuk stad wordt afgebroken blijkt het vaak een relatief klein grondvlak te hebben beslaan.
De paradox ‘ruimte in de dichtheid’ is het geheim van weldadige steden. Om nieuwe steden te kunnen ontwerpen met dezelfde kwaliteiten moeten er in de bestaande steden observaties, typologische verkenningen en fundamenteel onderzoek worden gedaan. Door eeuwenlange inventiviteit in het gebruik van de ruimte ligt daar veel impliciete kennis opgeslagen over hoe dichtheid werkt.
De voorbeeldsteden zijn niet in een keer ontworpen: hun dichtheid en ruimtelijke gelaagdheid is bijna organisch gegroeid, ontstaan uit een streven naar gezelschap, welvaart en afleiding. Door die behoefte aan nabijheid, de essentie van de stad, groeide de bevolking en het aantal functies. Hoger en dieper bouwen maakte het stedelijk weefsel steeds dichter. Beide bewerkingen bemoeilijken een aantal ruimtelijke kwali-teiten ten gunste van winst aan nabijheid, dynamiek van onderling verweven stedelijke activiteiten en efficienter grondgebruik.
Oplossingen daarvoor leiden tot ingenieuze ruimtelijke systemen van publieke en collectieve ruimten waar het ontmoeten van verschillende subculturen leidt tot synergie – de kracht van de stad.



De behoefte om te verdichten wordt nu niet meer in de stad zelf gevonden. Beschermende vestingwallen hebben al lang hun functie verloren: door intensievere mobiliteit, technologie en het afgenomen economisch belang van landbouwgrond is de grens tussen stad en landschap diffuus geworden.
Grote steden zijn explosief geëxpandeerd en hebben enorm met ruimte ‘gemorst’. Amsterdam groeide bijvoorbeeld in een eeuw van 15 km2 naar 200 km2, het dertien-voudige, voor het huisvesten van maar
anderhalf keer zoveel mensen (van 500.000 naar 750.000 inwoners).

Het ruimtegebruik per persoon, direct en indirect, is voor een factor 6 verantwoordelijk voor het uitdijen van het stedelijke gebied: ‘half zoveel mensen in 3 keer zo grote huizen’. Wanneer die huizen dan ook nog eens op 2× zo veel terrein staan, werkt dat cumulatief door als 2 × 3 × 2 = 12. De Nederlandse bevolking zal de komende decennia nauwelijks groeien, maar de woningen wel: naar ongeveer 150-200 m2.
De efficiënte woonmachines waar Le Corbusier van droomde zullen nooit worden gerealiseerd. De westerse mens wil die efficiëntie niet, wil kunnen dwalen in zijn eigen woning. En als de bezettingsgraad met 20 % daalt, neemt de ruimtebehoefte van onze woningen waarschijnlijk toe met een factor 2 à 3.
We zullen strategieën moeten ontwik-kelen hoe we dit uitdijend private bezit binnen de stad kunnen herbergen.



rudy uytenhaak + partners | Jan Evertsenstraat 779 | 1061 XZ Amsterdam |+31 (0)20 305 77 77 | www.uytenhaak.nl



Rudy Uytenhaak ArchitectenbureauGoogle Maps Telefoon